Cattery Narviks dankt zijn naam aan de plaats Narvik uit het hoge noorden van Noorwegen. Daar deze naam een band heeft met het ras Noorse Boskat, vonden wij dit zeer toepasselijk. Een eenvoudige naam die door ieder is uit te spreken. Onze cattery naam staat via Felikat bij de FiFé geregistreerd. Dit houd in dat alle titels en stambomen die onze katten behalen wereldwijd door de FiFé erkent zijn.
De eerste kater waar alles bij ons mee begon, was een witte kater Jardar genaamd. Zo als bij velen was ons doel niet het fokken, maar het in het bezit hebben van een prachtige Noorse Boskat. Het karakter van deze kater was de reden dat wij toch naar een kattenshow gingen. En zie daar het Boskatten virus sloeg toe. Deze kater is dus de grondlegger van onze Cattery en is inmiddels ook Europees Kampioen geworden.
Na Jardar kwam er ook een poes bij en nog een en u raad het al en nog een. Onze Jardar is inmiddels gecastreerd en geniet te midden van zijn harem van zijn verdiende oude dag, hij is tevens de oudste kat in onze Cattery teweten 15 jaar. Door de jaren heen, wij fokken nu zo'n 19 jaar, hebben wij ons gespecialiseerd in lijnen uit Noorwegen en Zweden.
Hierdoor houden wij onze lijnen sterk en voorkomen tevens dat de lijnen van onze gefokte katten niet teveel aan lijn- en geen inteelt onderheven worden. In onze Cattery lopen nagenoeg alle erkende kleuren van de Noorse Boskat rond, dit houd in dat wij een goed bestand aan Noren hebben. Van de kittens die bij ons geboren worden, lopen dan ook beide ouders rond, iets wat wij zeer belangrijk vinden. Zo kan de nieuwe eigenaar van het kitten dan ook een indruk krijgen, van hoe zijn kitten kan worden, qua body en karakter.
Alle poezen leven temidden van onze huishouding en zijn dus niet in kooien gehuisvest, alleen de dekkaters leven in goede en grote buitenverblijven, daar deze zoals in de natuur gewoonlijk is hun territorium afbakenen door middel van sproeien. Het karakter van de Noorse Boskat is super en wij zouden een ieder, dan ook een Noorse Boskat aan kunnen raden, maar pas op één Noor en het Boskat virus slaat toe. Verder leest u op deze pagina iets over de historie van de Noorse Boskat en wij hopen dan ook uw interesse in dit prachtige natuurras te hebben mogen wekken.
Zeeschuimers en Slavenhalers.
Roven, moorden en brandstichten. Dat deden de Noormannen het liefst. Van de achtste tot de elfde eeuw beefde heel Europa voor deze, wrede zeerovers uit het Hoge Noorden. Zelf noemden zij zich Vikingen; koningen van de zee. Belust op buit en avontuur voeren zij in hun smalle aan de uiteinden hoog oplopende drakeschepen waarheen de wind hen voerde. Geen plaats was veilig voor deze heidense woestelingen. Ze voeren de Rojn op tot bij Mainz, Moezelopwaarts tor Trier.
Aken werd gebrandschat, Londen en Parijs geplunderd. Ze bezetten grote delen van Engeland, het naar hen genoemde Normandië in Frankrijk en Palermo op Sicilië. Op Ijsland en Groenland vestigden zij zich. Er zijn onweerlegbare bewijzen dat zij voet aan wal hebben gezet op het vasteland van Noord-Amerika. Maar het meest opzienbarend zijn hun veroveringen in het Verre Oosten. Daar voeren hun ranke en wendbare schepen dwars door Rusland, meer dan vierduizend kilometer ver langs de Dnjepr en Wolga, over de Zwarte en de Kaspische zee.
Hun ijzeren hand regeerde Nowgored, Kiev en Djepropetrowsk. De hardhandige macht der Vikingen reikte tot diep in klein Azië. Zij beitelde hun runentekens in de marmeren vloeren van Aya Sophia in de hoofdstad van het Byzantijnse Rijk, Constantienobel het huidige Istanboel in Turkije. In het Midden Oosten kwamen zij zo ver als Bagdad, thans de hoofdstad van Irak. Vanuit Kiev oefende de Noormannen tot in de wijde omtrek een waar schrikbewind uit. De bewooners waren schatplichtig. Wanbetalers werden gevangen genomen en als slaven verkocht.
Het bezit van Rusland en de contacten met de Arabische Wereld waren van beslissende betekenis. In de Westerse landen waren Christen-Slaven verboden, maar tegen Hiedense Slaven bestond geen enkel bezwaar. Bij de Moslims daarintegen vonden mooie Christinnetjes gretig aftrek voor hun Harems. Zo sneed voor de gewiekste Vikingen het mes aan twee kanten en voerden zij als slaven halers een levendige en uiterst winstgevende mensenhandel, waarbij Christenen en Moslims op hun wenken werden bediend. De Noormannen kregen daar door de smaak van de handel te pakken.
Zij ontwikkelde zich tot bedreven kooplieden die niet alleen handel dreven in mensen, maar ook in bont, ivoor van Walrustanden, barnsteen, zilver, wapens en in het bijzonder zwaarden- en overigens in allles wat winst opleverde. Bij deze contacten raakten de Arabieren onder de indruk van de grote godsvrucht van de Noormannen, die met grote regelmaat uitvoerig offers brachten aan hun goden. Na elke geslaagde handelsovereenkomst deelden ook de Vikinggoden in de feestvreugde. Vanzelfsprekend waren de Arabieren met hun dweepzuchtig geloof in een god minder onder de indruk van de inhoud van de godsdienst der Noormannen.
Bakermat.
De Godsdienst der Vikingen was al even woest en primitief als deze blonde krijgers zelf. Hun Goden tezamen vormden een krijgsvolk, bedeeld met bovenmatige kracht. Als deze goden geen oorlog voerden vierden ze feest in hun hemels verblijf, het Walhalla. Dan schransden zij in ongelooflijke hoeveelheden en dronken mateloos. Wodan was hun machtigste god. Hij was de geest van oorlog en storm. Zijn naam hangt samen met de woorden waaien en woeden. Zijn echtgenote was de zonnegodin Freija. Zij beschermde de huislijke haard, beloonde de ijverige en strafte de luiaards.
Haar hemelwagen werd voortgetrokken door twee katten. Omdat haar verering niet alleen in Scandinavië, maar ook in geheel Germanië algemeen was, stonden begrijpelijkerwijs ook katten in die streken hoog in aanzien. Dat nu weer viel bij de Moslims in bijzonder goede aarde. Hun heilige profeet Mohammed, was namelijk dolop katten. De Islamitische traditie leert dat katten reine dieren zijn, die na hun dood zullen rondwandelen in het paradijs van 'houri's', grootogig reine vrouwen. Elke Moslim kent de ontroerende geschiedenis van Mohammeds lievelingspoes Muezza. Op een dag ligt zij diep in slaap op een slip van de mantel van de Profeet. Dze wordt plotseling dringend weggeroepen.
Hij wil zijn lievelingsdier echter onder geen beding storen. Met één haal van zijn kromzwaard snijdt hij de slip van zijn mantel. Vervolgens sluipt hij teder omziend op zijn tenen het vertrek uit. Onbeschaafde, uitbundige Vikingen en hoogontwikkelde ingetogen Moslims, deze twee uitersten raken elkaar op één punt! Katten. De langdurige en nadrukkelijke aanwezigheid van de Noormannen in het gebied tussen de Zwarte en Kaspische Zee, ten zuiden van het bergmassief van de Kaukasus verklaart niet alleen de vroegtijdige verschijning van katten in Scandinavië, eerder dan in Engeland en Duitsland. Het is tevens de verklaring van het feit dat de Noorse Boskat behoort tot de groep der halflangharige kattenrassen. Hoewel de afkomst van onze huiskat in nevelen is gehuld, zijn de geleerden het over een ding eens. Met een grote mate van waarschijnlijkheid ligt zijn bakermat in het noordoosten van Afrika.
Hij moet worden gezocht in de droge, hete savannen en halfwoestijen van Somalië, Ethiopië, Soedan en Egypte. Zes tot vierduizend jaar geleden moet daar onze tamme huiskat zijn ontstaan uit een wilde katachtige, Felis Lybica of Gele Kat. Vroeger geloofden men dat de Europeese Wilde Boskat, de Felis Sylvestris daarbij ook een rol heeft gespeeld. Maar de deskundigen zijn er nu zo goed als van overtuigd, dat die niets anders is dan een enigzins aangepaste verschijningsvorm van dezelfde Felis Lybica. Hoe het ook zij, de kat stond in het oude Egypte der Farao's in een geur van heiligheid in een cultus die meer dan tweeduizend jaar heeft geduurd. Van daaruit heeft de tamme huiskat zich over de aardbol verspreid, in eerste aanleg langs de oevers van de Middellandse Zee tot aan de Kaspische Zee.
Stormen.
Ten Zuidwesten van de Kaspische Zee liggen de Kaukasische en Anatolische hoogvlakten. Ze zijn berucht om hun barre winterse koude. Dan zijn gehele gebieden van de buitenwereld afgesloten door metershoge sneeuw, voortgejaagd door gure stormen. Als bescherming tegen de ijzige klimaatomstandigheden ontwikkelde zij een lange golvende, waterafstotende vacht die hen afdoende tegen de kille regen, vochtige sneeuw en snerpende koude moest beschermen. Zo ontstonden daar lange, slanke maar stevig gespierde katten die tegen een stootje konden, beschermd door lange soepele vachten. Zij zijn als de voorouders te beschouwen van de meeste huidige halflangharige rassen.
Deze hebben allen een zelfde grondvorm gemeen, een lang maar gespierd lichaam met een wigvormige kop met een middellange neus en grote puntvormige oren met pluimen. De vacht is halflangbehaard en klit vrijwel niet. De staart is lang en flink gepluimd. Zo zijn daar de superslanke Angora's, de wat vollere Van Katten, de stevige Main Coons en ten slotte de ruigste van ons stel, de Noorse Boskatten. Deze laatste zijn het die de Vikingen over duizenden kilometers met zich mee terug hebben genomen naar hun moederland in het Hoge Noorden. Om aan de onverbiddelijk zware eisen van het onherbergzame Noorse klimaat te kunnen voldoen, hebben zij zich ontwikkeld tot het kattenras met het indrukwekkende uiterlijk van allemaal. Hun karakter is echter onverandelijk bijzonder lief en aanhankelijk gebleven. De Noorse Boskat is een ruwe bolster met een blanke pit. Skogkatt of Skaukatt betekent 'Boskat'. In het Hoge Noorden waren ze lange jaren net zo gewoon als bij ons de kortharige huiskat.
Zachtzinnig werd er niet met ze omgesprongen. Het waren meestal boerderij katten die moesten werken voor de kost; de voorraadschuren en hooizolders vrij houden van ratten en muizen. Veel exemplaren trokken zich terug in Noorwegens uitgestrekte wouden en raakten half verwilderd. Speciale aandacht werd er niet aan ze besteed. Pas betrekkelijk kort geleden viel het liefhebbend oog van de raskattenfokkers op deze levende erfenis van een roemvol verleden. Sinds 1969 werden ze op alle kattententoonstellingen van de Noorse Drammen Raskattenclub tentoongesteld, eerst als gewone huiskatten, maar al weldra als ras in verschillende klassen.
De Noorse onafhankelijke verenigingen erkende de Noorse Boskat in September 1972, als afzonderlijk zelfstandig ras met een eigen, zij het aanvankelijk voorlopige Standaard. In 1977 volgde de erkenning als zelfstandig ras met volledige status door de Algemene Vergadering van de FiFé en wel met algemene stemmen. Een welverdiend hoogtepunt in het bestaan van het piepjonge en tegelijkertijd eeuwenoude Noorse Ras. De allerlaatste rasstandaard der Zweedse Onafhankelijke verenigingen dateert van 1-1-1994, het resultaat van bijna twee jaar overleg tussen alle Zweedse en Noorse Boskattenfokkers in Noorwegen en Zweden. Het bijzondere, om niet te zeggen revolutionaire aan deze Standaard is dat voor de Puntenschaal voor de vachtkleur, kleurverdeling en patroon nul punten is ingeruimd.
Vervaarlijk
Aan de Noorse Boskatten is duidelijk af tezien dat zij bestand moeten zijn tegen ruwe en sterk wisselvallige omstandigheden van het Noorse klimaat. Noorse Boskatten hebben een robuuste lichaamsbouw met een stevig skeletstructuur. Zij maken een krachtige, lenige indruk. De kop is driehoekig met een stevige kin en een recht profiel. De grote, puntige oren staan wakker rechtop bovenop de kop. Ze hebben flinke lynx pluimen bovenop de oren. Als beschutting tegen de winterse koude dragen Noorse Boskatten een dikke ondervacht. Daaroverheen ligt een bovenvacht van lang, glad, recht waterafstotend haar die de ondervacht droog moet houden. De krachtige achterpoten zijn langer dan de voorpoten, de vakterm daar voor is óverbouwd. Zij hebben klauwen die krachtiger zijn dan die van de wilde Europese Boskat. Al met al ziet de Noorse Boskat er vervaarlijk uit en vooral s'winters krijgt men al gauw de indruk dat men te maken heeft met een woest en wild roofdier. Maar door de warme Golfstromen kent Noorwegen vrij warme zomers. Dan verliezen de Noorse Boskatten vrijwel hun gehele vacht en daarmee veel van hun woeste uiterlijk. Hoe ruig dat zij er echter uitzien, Noorse Boskatten zijn beslist niet moeilijk in de omgang.
Zij zijn zachtaardig en buitengewoon aanhankelijk voor hun baas of bazin en de overige leden van het huisgezin waartoe zij behoren. Wel hebben zij een aangeboren instinct in een vreemde omgeving extra waakzaam te zijn voor mogelijke gevaren. Alles bij elkaar is de Noorse Boskat een ideale kat voor mensen die weinig op hebben met de tegenwoordig nogal doorgefokte producten van de zogenaamde cultuur rassen. De Noorse Boskat is bij uitstek een kat voor de echte natuur liefhebber die buiten woont, die makkelijk in het onderhoud, waakzaam, moedig en trouw is.
Tot slot,
Mocht u na het lezen van deze informatie nog vragen hebben, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.